Marjo van Rest

Als jong kind speelde ik met buurtgenootjes, broers en zussen op bouwplaatsen. Die waren in die tijd open en vrij toegankelijk. Er waren geen buurtspeeltuintjes zoals nu. We bedachten ze zelf met materialen die we vonden op die bouwplaatsen. De herinneringen aan die half afgebouwde huizen, de lege ruimtes, zonder deuren en ramen, de ladders en steigers en het gevaar wat daarin school, gebruik ik in mijn werk. Maar ook de kwetsbaarheid van kinderen, dromen en fantasieën spelen een belangrijke rol. Ik creëer een eigen bouwplaats. Daarbinnen lichamelijkheid, bewust half, of half af. De ondertoon is ongemakkelijk. Leven of dood, in of uit, thuis komen of verdwaald zijn, leegte. Soms een enkel huisje hier of daar. 
Voor mijn ruimtelijk werk gebruik ik materialen die je ook nu op bouwplaatsen vindt. Hout, plastic, ijzer, pvc.
Maar ook textiel, meestal is dat breiwerk. Een ode aan mijn moeder die fantastisch kon breien en daarmee mijn leven letterlijk en figuurlijk verzachtte.